Arbo-kerndeskundigen tekenen samenwerkingsconvenant
Op 24 januari 2006 ondertekenden de voorzitters van de vier beroepsverenigingen van kerndeskundigen in de arbodienstverlening een samenwerkingsconvenant. Het convenant bekrachtigt de multidisciplinaire samenwerking. De betrokken verenigingen zijn: BA&O (arbeids- & organisatiedeskundigen), NVAB (bedrijfsartsen), NVvA (arbeidshygiënisten) en NVVK (veiligheidskundigen). Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de werkgevers (VNO-NCW) en werknemers (FNV) juichen de nauwere samenwerking toe.
De ondertekenaars van het convenant (v.l.n.r.):
de heer J. M. (Jan)Touwslager (BA&O),
de heer H.J.J.M. (Huib) Arts (NVvA),
de heer A. (Andrew) Hale (NVVK) en
de heer P.E. (Pieter) Rodenburg (NVAB).
Het convenant stimuleert de samenwerking tussen de verenigingen, maar ook tussen de professionals in het veld van werk en gezondheid. De samenwerking moet leiden tot steeds betere dienstverlening aan werkgevers en werknemers. “Het convenant zet een belangrijk kader neer voor concrete, integrale en oplossingsgerichte advisering door de vier disciplines,” aldus R. Feringa, directeur Arbeidsomstandigheden op het ministerie van SZW. T. Heerts (vice-voorzitter FNV) en J.W. van den Braak (directeur Sociale Zaken VNO-NCW) onderstrepen het belang van de convenant. Zij menen dat het past in de huidige ontwikkelingen rond arbeidsomstandigheden en dat het getuigt van een juiste toekomstvisie van de vier verenigingen.
Behoud van kennis
Aanleiding voor het opstellen van een samenwerkingsconvenant ligt vooral in de snel wijzigende wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, verzuim en reïntegratie. De verenigingen willen ook in de toekomst integrale, transparante arbozorg kunnen blijven garanderen aan werkgevers en werknemers, zowel bij preventie als reïntegratie. Door een nauwe samenwerking aan te gaan, bewerkstelligen de verenigingen het behoud van de gezamenlijke kennis op het gebied van arbeidsomstandigheden.
Marktverkenning
De vier verenigingen maken in het convenant verschillende voornemens. Zij willen onder andere een marktverkenning uitvoeren, met als doel nog meer inzicht te krijgen in de wijze waarop de vraagstukken van werkgevers en werknemers het best van een advies voorzien kunnen worden. Naar aanleiding daarvan kunnen nieuwe vormen van arbodienstverlening ontstaan.
Daarnaast willen de vier verenigingen een betere gezamenlijke ondersteuning bieden aan werkorganisaties die (na een inventarisatie van de risico’s in de organisatie) plannen voor verbetering van arbeidsomstandigheden en beperking van het verzuim willen maken.
De intenties die de basis van het convenant vormen, zijn op dit moment al omgezet in twee concrete projecten. De vier verenigingen hebben al een leidraad voor de RI&E-toets opgesteld, die buiten en binnen arbodiensten gehanteerd zal worden. Door deze leidraad kan bij het toetsen van een RIE-rapport een bedrijfsbezoek vaker achterwege blijven. Ook werken de verenigingen aan een richtlijn Effectieve gehoorbescherming (samen met de arboverpleegkundigen). Deze richtlijn maakt meer methoden voor het voorkomen van gehoorschade beschikbaar voor de praktijk.