Beroepscode


Doelstelling

Het doel van deze code is het uiteenzetten van de waarden, belangen en verantwoordelijkheden van arbeidshygiënisten tijdens het uitoefenen van hun beroep. Deze code geeft de uitgangspunten voor het professioneel handelen van de arbeidshygiënist. In deze code wordt onder arbeidshygiëne verstaan de toegepaste wetenschap welke zich richt op het geheel van belastende factoren dat in of door de werksituatie kan ontstaan en dat de gezondheid en/of het welzijn van de werkende mens en/of zijn nageslacht kan beïnvloeden. De arbeidshygiënist heeft tot taak te bevorderen dat de mens op zijn werkplek kan functioneren zonder schade aan de gezondheid en/of welzijn te ondervinden.

Vakmatig handelen
1.1 De arbeidshygiënist draagt verantwoordelijkheid voor een integere beroepsuitoefening.

1.2 De arbeidshygiënist verricht alleen werkzaamheden waarvoor hij/zij op basis van opleiding en ervaring is gekwalificeerd en zal deze werkzaamheden naar beste kennis en vermogen van de arbeidshygiënische discipline uitvoeren.

1.3 De arbeidshygiënist past in zijn onderzoek erkende en verantwoorde methoden en technieken toe en verplicht zich te zorgen voor een deskundig advies.

1.4 De arbeidshygiënist geeft een eerlijk en volledig advies en zal zich in het advies onthouden van het lichter of zwaarder voorstellen van risico's van belastende factoren en omstandigheden.

1.5 De arbeidshygiënist zal bij collega's en medewerkers deskundig advies inwinnen indien eigen kennis en ervaring tekortschieten. De arbeidshygiënist zal collega’s en medewerkers deskundig adviseren over toepassing van arbeidshygiënische kennis.

1.6 De arbeidshygiënist zal zijn discipline niet in diskrediet brengen.

Zorgvuldig en verantwoord handelen
2.1 De arbeidshygiënist zal in zijn adviezen een zorgvuldige afweging maken van de belangen van betrokkenen.

2.2 De arbeidshygiënist aanvaardt alleen opdrachten waarbij zijn positie als onafhankelijke deskundige voldoende is gewaarborgd.

2.3 De arbeidshygiënist behandelt waar nodig verkregen informatie vertrouwelijk.

2.4 De arbeidshygiënist licht betrokkenen naar beste kennis en vermogen zo volledig mogelijk in over de gezondheidsrisico's verbonden aan voorkomende werkzaamheden.

2.5 De arbeidshygiënist adviseert betrokkenen effectief, zorgvuldig en begrijpelijk over redelijkerwijs te nemen maatregelen.

2.6 De arbeidshygiënist signaleert algemene gezondheidsbedreigende situaties, ook indien dit niet direct voortvloeit uit de opdracht.

2.7 De arbeidshygiënist zal bij essentiële kritiek op het gegeven advies de betrokken partijen wijzen op het mogelijkheid van contra-expertise.

2.8 De arbeidshygiënist raadpleegt collega’s en medewerkers in situaties waarin een zorgvuldige afweging van de belangen van de betrokkenen niet kan voorkomen dat het gegeven advies onevenredig grote consequenties heeft voor een van de betrokkenen.

Toelichting op de Code van Beroep.

Doelstelling

Deze code benoemt de waarden, belangen en verantwoordelijkheden die arbeidshygiënisten dienen na te streven tijdens het uitoefenen van hun beroep. Deze code vormt een richtsnoer van en voor arbeidshygiënisten over de wijze waarop zij kunnen omgaan met belangentegenstellingen van partijen waarmee zij in hun werk in aanraking komen; collega's, werkgevers, werknemers en het algemene publiek. De code* combineert een aspirationele en adviserende doelstelling.
Deze code erkent de definitie van de arbeidshygiëne zoals deze in de statuten van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne is vastgelegd. De code is gebaseerd op de Code of Ethics van de International Occupational Hygiëne Association, waar de NVvA als lid aan gehouden is.
De code geldt met inachtneming van de Nederlandse beroepspraktijk en geldende richtlijnen en wetten op het gebied van de arbeidsomstandigheden die juridisch verankerd zijn. Deze randvoorwaarden worden als vanzelfsprekend geacht en zullen in de code niet worden opgenomen.
In deze toelichting zullen de punten uit de code van beroep worden toegelicht. Daar waar mogelijk is een voorbeeld gegeven ter uitwerking van de wijze waarop waarden, belangen en verantwoordelijkheden het best zijn gediend in kwetsbare situaties. Op een aantal plaatsen wordt het begrip 'advies' en 'opdracht' gebruikt. Advies slaat op professioneel handelen, terwijl opdracht gebruikt wordt bij verantwoord handelen ten aanzien van klanten.

Vakmatig handelen

1.1 Dit punt is het algemene uitgangspunt van vakmatig handelen (toepassing van vakkennis). Met de term 'integere beroepsuitoefening' wordt verwezen naar een beroepsuitoefening, die rechtmatig is, juist en feitelijk.
Voorbeeld: Een arbeidshygiënist geeft het advies de blootstelling zo laag mogelijk te houden omdat het agens geen MAC waarde heeft. Enige tijd na het afronden van zijn opdracht ziet hij tot zijn ontzetting dat er door de Werkgroep van Deskundigen (WGD) al lang een advies over het agens is uitgebracht, zij het onder een andere naam. Zij/hij schaamt zich een beetje over deze omissie. Om gezichtsverlies te voorkomen besluit zij/hij zijn opdrachtgevers niet te informeren over het WGD advies en motiveert dit door te stellen dat zijn advies feitelijk juist is en de werknemers niet schaadt. Zijn daad is echter niet rechtmatig. Het hygiënisch principe " zo laag mogelijk" blijft bestaan ondanks het gezondheidskundig dogma (bij afwezigheid van een MAC) dat de blootstelling zeker niet hoger mag zijn dan de waarde van de WGD. De angst voor gezichtsverlies mag geen drijfveer zijn om de betrokkenen informatie die bij het advies hoort te onthouden.

1.2 Dit punt begrenst het professioneel handelen tot het vakgebied van de arbeidshygiëne maar is zodanig geformuleerd dat er wordt onderkend dat door opleiding en ervaring individuele verschillen in expertise ontstaan. Dit impliceert ook dat de beste regelen der kennis en techniek moeten worden toegepast en dat zonodig andere disciplines op andere terreinen worden geraadpleegd.
Voorbeeld: Na een cursus acquireren komen de opdrachten eindelijk binnen. Zo ook een mooie opdracht met de nodige tijdsdruk over het blootstellingsrisico van niet ioniserende straling bij portofoon gebruik. Het gebrek aan kennis blijkt in de geboden korte tijd via de bibliotheek niet te overbruggen. Ook collega's en de leverancier zijn niet bereid de leemtes om niet en op korte termijn bij te spijkeren. Het uitbesteden van de opdracht aan een wel deskundige collega met voldoende tijd, ook al gaat dit met verlies van inkomsten, is een ethisch juiste oplossing indien de opdracht niet terug gegeven kan worden.

1.3 Hierin wordt nader gespecificeerd dat een advies deskundig moet zijn en dat deze deskundigheid onder meer inhoudt dat erkende en verantwoorde methoden en technieken uit de arbeidshygiëne worden toegepast. Er is hier uitdrukkelijk niet gekozen voor de formulering 'wetenschappelijk verantwoorde methoden en technieken' omdat onderkend wordt dat dit een onnodige belemmering zal vormen in het gebruik van algemeen aanvaarde methoden die wetenschappelijk nog niet zijn onderbouwd.
De stand van de arbeidshygiëne is te vinden in (NVvA) vakpublicaties, handboeken, wetgeving en wetenschappelijke publicaties. Leidraad voor de advisering over beheersmaatregelen behoort de arbeidshygiënische strategie te zijn. In de praktijk kan de arbeidshygiënist beweegredenen hebben om niet altijd van het hoogste niveau van bescherming worden uit te gaan. Daarin is in de regelgeving voorzien door het redelijkerwijs beginsel.

1.4 Dit uitgangspunt formuleert dat op correcte en eerlijke wijze informatie in een advies moet zijn verwerkt. Onder 'lichter of zwaarder voorstellen' wordt ook het verzwijgen of verzinnen van risico's verstaan.
Voorbeeld: Een instituut met een laboratorium met nogal wat overcapaciteit adviseert, bij een arbeidssituatie die duidelijk niet doeltreffend wordt beheerst, de opdrachtgever een serie metingen te laten uitvoeren om vast te stellen of de blootstelling voldoet aan de norm en of beheersmaatregelen noodzakelijk zijn. Behalve dat het risico moedwillig wordt verzwakt worden werknemers ook nog een onnodig lang aan ontoelaatbare risico's blootgesteld.

1.5 Deze formulering geeft aan dat een arbeidshygiënist zich verplicht collega’s en medewerkers te raadplegen indien zijn/haar kennis en ervaring tekort schiet voor een adequate advisering. Het uitgangspunt is ook dat een professionele arbeidshygiënist de plicht heeft collega's en medewerkers van deugdelijk en deskundig advies te voorzien, waar nodig en mogelijk, gevraagd en ongevraagd. Een belangrijke consequentie is dat met respect voor het intellectuele eigendom van derden iedere professionele arbeidshygiënist gehouden is aan het verspreiden van zijn kennis en ervaring binnen de (aanpalende) beroepsgroepen. Uitwisseling van informatie binnen de beroepsgroepen is een wezenlijk onderdeel van de beroepsuitoefening. Terughoudendheid in het verstrekken van informatie uit concurrentie-overwegingen wordt zoveel mogelijk vermeden. De opmerking over 'mogelijk' geeft aan dat collegiaal advies binnen redelijke grenzen zal geschieden.
Voorbeeld: Het mag van een collega worden verwacht dat deze telefonisch een advies zal geven zonder hiervoor een rekening te sturen.

1.6 Dit punt sluit aan op het vorige punt; iedere professionele arbeidshygiënist levert een bijdrage aan de ontwikkeling van het kennisdomein van de arbeidshygiëne en zal niet willens en wetens de vakinhoudelijke en maatschappelijke integriteit van de arbeidshygiëne in gevaar brengen.

Zorgvuldig en verantwoord handelen

2.1 Dit punt is het algemene uitgangspunt van verantwoord handelen ten aanzien van klanten, werkgevers en werknemers. De arbeidshygiënist onderkent dat betrokkenen verschillende belangen kunnen hebben. Bij de afweging van deze belangen zal de doelstelling van de code van beroep het primaire toetsingscriterium zijn.

2.2 De arbeidshygiënist moet als onafhankelijk deskundige integer zijn werk kunnen uitvoeren en met behulp van kennis en vermogen naar eer en geweten een advies kunnen geven. Dit verplicht de professionele arbeidshygiënist kennis te nemen van de omstandigheden waarbinnen het advies wordt gevraagd.

2.3 De klant, werkgever en werknemer mag verwachten dat de arbeidshygiënist vertrouwelijk omgaat met gegevens. Gewaakt moet worden voor een te snel beroep op vertrouwelijkheid in rapportages. De opdrachtgever en andere betrokkenen moet naar redelijkheid aannemelijk maken dat zijn belang met openbare rapportage onevenredig wordt geschaad. In grote lijnen stellen we vast dat vertrouwelijkheid van produktieprocessen zwaar weegt. Voor arbeidshygiënische bevindingen en conclusies ligt dit duidelijk minder zwaar. Vertrouwelijkheid van informatie geldt ook voor opmerkingen en klachten van werknemers naar aanleiding van de opdracht.

2.4 Betrokkenen hebben recht op volledige en begrijpelijke informatie (zie ook 2.5). Waar het gebruik van vaktermen niet te vermijden is, moeten deze worden verklaard. Het spreekt voor zich dat de arbeidshygiënist zich houdt aan de verplichtingen inzake rapportage aan werkgevers en werknemers uit de arbeidsomstandighedenwet. Informatie dient ook integer en feitelijk te zijn waarbij zaken zo objectiveerbaar en inzichtelijk mogelijk worden gerapporteerd.

2.5 Zie voorgaande opmerking. Effectief advies is een belangrijk kenmerk van professioneel handelen. Omdat de klant dit mag verwachten van een arbeidshygiënist, wordt dit aspect in dit punt benadrukt. De effectiviteit van een advies bestaat uit verschillende componenten, zoals adviesvaardigheid, het stimuleren om het advies om te zetten in acties en een effectieve advisering ten opzichte van de stand van de arbeidshyiëne.
Voorbeeld: Een advies dat alleen een probleem schetst zonder een richting aan te geven waarin de oplossing moet worden gezocht verdwijnt gemakkelijk in een la. Bij het aanbieden van een risicoinventarisatie en -evaluatie kan een arbeidshygiënist zijn diensten bij het opstellen van een plan van aanpak aanbieden om te stimuleren dat het advies een vervolg krijgt.

2.6 In het kader van de algemene doelstelling van deze code, en de daarmee samenhangende taakopvatting van de arbeidshygiënist, is de beroepsbeoefenaar gehouden aan het signaleren van algemeen bedreigende situaties in het werk. Indien nodig worden andere deskundigen geraadpleegd cq gewezen op deze risico's.
Voorbeeld: In opdracht van een arbodienst wordt door de arbeidshygiënist concentraties loodstof gemeten in een loodverwerkend bedrijf. Na de derde en vierde kwartaalmeting blijkt nog steeds dat de concentraties op enkele plaatsen (ver) boven de mac-waarde uitkomen. Ondanks dat het bedrijf in het verleden maatregelen heeft genomen op het gebied van afzuiging, wordt een aantal essentiële maatregelen die in de rapportage zijn vermeld en wettelijk verplicht zijn (verbeteren hygiëne, zonering, intensieve voorlichting) niet uitgevoerd.
Het bedrijf stelt aan de arbodienst dat de rapportage onvoldoende duidelijk is (te veel getallen etc). Na aanpassing van de rapportage met eenvoudige grafieken en vermelding van overschrijdingskansen, vindt het bedrijf verdere samenwerking met de arbodienst ongewenst. De arbodienst zegt daarop het samenwerkingsverband met de arbeidshygiënist op en zegt toe de rapportage aan te passen. Wat kan/moet de arbeidshygiënist doen? De arbodienst per aangetekende brief wijzen op de consequenties, het PCA op de hoogte stellen, de Arbeidsinspectie op de hoogte stellen?

2.7 Dit punt geeft een nadere invulling van de zorgvuldigheid waarmee adviezen worden gegeven en besproken. Bij kritiek die de essentie van het advies aantast, zal de arbeidshygiënist professioneel moeten handelen door te wijzen op de mogelijkheid van contra-expertise. Deze contra-expertise kan op velerlei manieren worden ingevuld, variërend van een schriftelijke toetsing tot een diepgaand onderzoek van het arbeidshygiënisch probleem door derden. Kern van de formulering is dat de zorgvuldigheid kan vereisen dat toetsing van het eigen advies noodzakelijk is.

2.8 Deze formulering geeft aan dat het van groot belang kan zijn een zorgvuldige afweging van belangen niet alleen te maken.
Het dient een normale handelswijze te zijn dat een ingewikkelde afweging wordt getoetst aan de opvattingen van collega’s en medewerkers.


*In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt in drie verschillende typen beroepscodes; aspirationele codes, adviserende codes en disciplinerende codes. Aspirationele codes hebben de status van een 'credo' en appelleren aan nastrevenswaardige waarden, idealen, belangen en verantwoordelijkheden voor een beroepsgroep. Adviserende codes vormen veel meer een leidraad voor handelen, bijvoorbeeld door een checklist bij beroepsproblemen aan te bieden en aan te geven welke waarden bij deze problemen in het geding zijn. Disciplinerende codes functioneren als een standaard of een reglement en leggen dwingend handelingen op. (Hogenhuis, C., 1993. Beroepscode en morele verantwoordelijkheid in technische en natuurwetenschappelijke beroepen. Ministerie van O&W, DOP Leiden).