4100 werknemers dood. Er zijn betere indicaties nodig over aanpak gevaarlijke stoffen.

Zijn de arboprofessionals blind? ‘Bedrijfsartsen herkennen beroepsziekten niet’. Het was de kop in persweergaven van een symposium op 6 juli van de Inspectie SZW. “In 2013 zijn er naar schatting 4100 werknemers in Nederland overleden door beroepsziekten, waarvan een belangrijk deel veroorzaakt door (vroegere) blootstelling aan stoffen. Ongezonde werkomstandigheden met stoffen veroorzaken jaarlijks het verlies van bijna 86.000 gezonde levensjaren door ziekte en vroegtijdige sterfte.” Minister Asscher schreef het 5 juli aan de Tweede Kamer.

Getallen als deze zijn gangbaar om het belang van arbobeleid te onderstrepen. De Arbobalans van 2016 gaat in op de gegevens en achtergronden. Dat hoofdstuk is onder meer gebaseerd op een RIVM-onderzoek uit 2012 met data van het jaar 2007. Kunnen de arbeidshygiënisten zulke cijfers gebruiken om vooruitgang door hun werk te laten zien?

Ramingen verrassen

Nederland streeft naar een rationeel beleid van gezondheid. Sinds 1993 verschijnen iedere vier jaar de VTV-en, de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen. Het RIVM bundelt hierin gegevens over ziekte en gezondheid, gezondheidsdeterminanten, de stand van preventie en gezondheidszorg in Nederland. Dit voor voorspellen, en liefst voor beredeneren wat nodig is voor een gewenst toekomstbeeld. Wetenschappelijke kwaliteit is het uitgangspunt, de publicaties staan internationaal in hoog aanzien.

Hierbij is het begrip ziektelast in Nederland ingevoerd, uitgedrukt in Disability  Adjusted Life Years, DALY’s. Dat is een samengestelde maat voor verlies aan gezondheid. De DALY is de som van het aantal verloren jaren door vroegtijdige sterfte en het aantal jaren geleefd met ziekte; dit met correcties voor de ernst van de ziekte met een wegingsfactor. Als voorbeeld: gehoorstoornissen hebben een wegingsfactor van 0,1. Dit betekent dat 10 jaar leven met een gehoorstoornis equivalent wordt beschouwd met 1 jaar verloren door vroegtijdige sterfte. Iemand van 20 jaar met een levensverwachting van 80 jaar, die op z’n 20e gehoorschade oploopt, telt in de DALY’s mee voor zes, net als iemand die door een hartaanval komt te overlijden zes jaar eerder dan zijn levensverwachting zonder hartaandoening.

Met DALY’s kunnen de gevolgen van verschillende ziekten onderling worden vergeleken. Zo was 20 jaar geleden een opmerkelijke uitkomst: vrij veel ziektelast komt voort uit verkoudheid en griep, terwijl veel geld voor behandeling en onderzoek gaat naar ‘kleine’ kwesties als aids.

Schattingen ziektelast

De arbeidsgerelateerde ziektelast schat het RIVM voor 2011 met deze methode op 4,7% van de totale ziektelast in Nederland. De onzekerheidsmarge is 1,8% - 8,4%. Dit komt ruwweg overeen met de ziektelast die is toe te schrijven aan milieufactoren, of aan lichamelijke inactiviteit en ongezonde voeding. Roken veroorzaakt met ruim 13% de meeste ziektelast in Nederland.

De Arbobalans komt voor 2013 op een ziektelast van 226.400 DALY’s toewijsbaar aan ongunstige arbeidsomstandigheden, voor de werkzame én gepensioneerde beroepsbevolking (65+) samen. De grootste hoofdcategorie daarbinnen, ruim een derde, betreft blootstelling aan gevaarlijke stoffen: bijna 86.000 verloren gezonde levensjaren, waarvan overigens ‘slechts’ 6.600 door mesothelioom. Tweede hoofdcategorie is psychosociale werkbelasting; inclusief traumatische ervaringen, agressie en intimidatie is de optelsom 49.900 DALY’s. Letsel door een arbeidsongeval is in deze rangordening bijna hekkensluiter met 8.700 DALY’s.

Sterfte door arbeidsomstandigheden

De VWS-site Volksgezondheidenzorg.info meldt: ‘jaarlijks 4.100 sterfgevallen door werk’. Het RIVM gebruikt hiertoe een reeks bronnen, in het bijzonder de CBS-doodsoorzakenstatistiek. Schatting is dat jaarlijks door factoren op het werk overlijden in Nederland: 900 mensen in de werkzame beroepsbevolking en 3.200 in de gepensioneerde beroepsbevolking. De ‘top-drie’ omvat vrijwel alle gevallen: sterfte aan kanker (2.700, waarvan zeg 500 mesothelioom), hart- en vaatziekten (780) en ziekten van de ademhalingswegen (640). Blootstelling aan gevaarlijke stoffen in het werkzame leven is verantwoordelijk te stellen voor vier vijfde van de sterfgevallen door werk, waarvan vier vijfde ná de pensioenleeftijd. 

Dezelfde site geeft aan dat er ook hogere schattingen zijn. Specifiek noemt de site een veel lagere schatting: de Wereld GezondheidsOrganisatie bezag werkgebonden sterfte in diverse regio's in de wereld in 2004. Het geschatte getal voor hoge inkomenslanden binnen Europa zou voor Nederland om te rekenen zijn naar een kleine 1.500 sterfgevallen per jaar door werk.

Indicaties met grote onzekerheden

De schattingen steunen mede op de Populatie Attributieve Fractie, een combinatie van de grootte van het risico en het aantal mensen dat dit risico loopt. De PAF duidt welk percentage van bijvoorbeeld een beroepsziekte is toe te schrijven aan een risicofactor (en dus welk percentage van die ziekte potentieel is te verminderen door het aanpakken van de risicofactor). Bij sommige ziekten en risico’s is een PAF te berekenen, vaak zijn alleen schattingen mogelijk met allerlei aannames.

Het oorspronkelijke RIVM-rapport uit 2012 bevat in één pagina de kerncijfers, waarna ruim vier pagina’s ingaan op de beperkingen, onzekerheden en veronderstellingen, nuances en grote marges. De ruime bandbreedtes maken het zinloos jaarlijks dit soort cijfers op te stellen voor een beeld van ontwikkeling. Het is ook beter om niet over cijfers te spreken maar over indicaties.

Een constante in de ramingen is dat demografische factoren zwaar tellen. Met de veroudering van de beroeps- en gepensioneerde bevolking is het toekomstbeeld alleen maar ongunstiger dan het huidige.

Gebruiksnut van indicaties?

De arbosector mag trots zijn: in zeg 20 jaar is het ziekteverzuim gehalveerd tot 4%, de jaarlijkse instroom in WAO/WIA is van 1,5% naar 0,5% van de werknemers omlaag gebracht. De veiligheidskundigen mogen zich onder meer beroemen op 28% minder ernstige arbeidsongevallen in de periode 1999 - 2011: van gemiddeld 1,18 per werknemer naar 0,86. Het blijkt te berekenen dat drie kwart resultaat van maatregelen is; een kwart van de vooruitgang is toe te schrijven aan ontwikkeling in werkgelegenheid en beroepsbevolking, zoals door sterkere groei van de dienstverlenende sectoren.

Voor bedrijfsartsen en vooral arbeidshygiënisten zijn de 4100 doden en 86.000 verloren levensjaren indicaties over het belang van hun werk. Deze gegevens komen voort uit arbogebreken in het (verdere) verleden. De informatie is ongeschikt als duiding over wat de beroepsgroepen nog te doen staat, laat staan om vooruitgang door hun werk zichtbaar te maken.

Het is voor arbeidshygiënisten belangrijk zo’n maatstaf te vinden. In de beknopte duiding van persberichten lijken de 4100 doden acute sterfgevallen, de arboprofessional die het niet ziet is bij voorbaat veroordeeld. Als ik een opinie mag geven: de arbeidshygiënist kan beter niet focussen op de staart van problemen, de ziekte en sterfte, maar op het begin, de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen en andere risico's. De kennis van nu biedt meer aangrijpingspunten voor duiden van de impact van maatregelen voor gezondheid.

Zeg 10 jaar geleden in arboconvenanten en het SZW-programma Versterking Aanpak was de omgang met stoffen in een reeks branches gemonitord en verbeterd. Biedt dat aanknopingspunten voor nu systematisch meten en onder handen nemen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen?