De arbobeleidscyclus onder de loep

Gefocust op gezondheid stapsgewijs verbetering denkbaar

‘Bedrijven en bedrijfsartsen ontduiken de wet bij het veilig werken met kankerverwekkende stoffen.’ De FNV trok de aandacht met deze reactie op een onderzoeksrapport van Capgemini Consulting. Bij het lezen daarvan blijken ook de arbeidshygiënisten een veeg uit de pan te verdienen. Maar, de materie is niet aan te pakken door met beschuldigende vingers te wijzen.

Het ministerie van SZW publiceerde het rapport begin februari, zonder beleidsopvatting van staatssecretaris Van Ark. Zoals vaker zal die waarschijnlijk wat later komen. In essentie behartigt het rapport een vooral kwalitatieve verkenning rond ‘de arbobeleidscyclus’. Die stappen van de werkgever (willen, weten, wegen, werken, waken) worden ondersteund door drie instrumenten onder (mede)verantwoordelijkheid van de arboprofessionals.

Aansluiting (?) drie instrumenten
Dit betreft ten eerste de risico-inventarisatie en -evaluatie, de verplichting waaraan nauwelijks de helft van de werkgevers voldoet. (Vooral in kleine organisaties; jammer dat de auteurs het gegeven niet opnemen uit de Arbobalans 2016, dat 83% van de werknemers werkt in een bedrijf met een ri&e). Ten tweede verplicht de regelgeving bij risico’s zoals kankerverwekkende stoffen tot bijhouden van registers over (mogelijke) blootstelling van werknemers. Dat gebeurt buiten de sector chemie nauwelijks. Verder zijn er de gezondheidsdossiers over individuele werknemers; bedrijfsartsen houden die bij, met gegevens die ze hebben, en dat betekent dus vooral gegevens over verzuim van verzuimers. Idealiter versterken deze drie elkaar ten gunste van de arbobeleidsvoering van werkgever en professionals. De twee auteurs schrijven, politiek correct: “Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de arbobeleidscyclus op het geaggregeerde niveau in de praktijk sterk hapert.”

Arbeidshygiënisten
Beoordelen, registreren en rapporteren van blootstelling is meestal taak voor arbeidshygiënisten. Voor het onderzoek zijn er twee geïnterviewd. De bedrijven waar zij komen zijn over het algemeen actief met (laten) meten. De professionals signaleren toch probleempunten:

  • een tekort aan arbeidshygiënisten
  • snelle verandering van regelgeving, dit benadrukken diverse werkgevers
  • na de ri&e lopen werkgevers - door gebrek aan kennis en inzicht - vaak vast bij de volgende stap, die naar beoordelen van individuele blootstelling
  • ri&e, Pago’s en blootstellingsregister zijn vaak niet in één hand, dat belemmert overzicht; oorzaak hiervan heet de marktwerking.

Het rapport bevat, mede op hun suggestie, aanknopingspunten voor verbetering
Zo is het bijvoorbeeld goed als het plan van aanpak van de ri&e duidelijk stelt welke blootstellingsgegevens op individueel niveau moeten worden geregistreerd volgens de regelgeving; dat geeft werkgevers aanleiding voor actie.
Branche-instrumenten kunnen ook zo’n aanleiding zijn, zoals PISA in de bouw en 5x beter in de metaal.
Verder lijkt niets eraan in de weg te staan dat de arbeidshygiënist blootstellingsgegevens levert aan de bedrijfsarts voor opname in diens dossiers.
Kennelijk hebben arbeidshygiënisten moeite het belang van zaken bij werkgevers over het voetlicht te brengen. Het ligt voor de hand nog eens te kijken naar versterking van professionele adviesvaardigheden.

Uitweg uit dilemma’s
De bijna 100 pagina’s van Capgemini geven vooral de indruk dat de ene tekortkoming de andere in de hand werkt. De partijen lijken elkaars malaise te versterken. Werkgevers malen weinig om de verplichting inzake registratie van blootstelling, werknemers vragen zelden naar de gegevens, bedrijfsartsen evenmin (stralingsrisico's daargelaten), anderen klagen en nemen geen initiatief … Zo kan een kritische bond áltijd raak schieten. Als gezegd, branche-instrumenten kunnen helpen, maar brengen het dilemma dat instrumenten in verschillende handen zijn, zoals Pago’s door een andere dan de ‘eigen’ bedrijfsarts. Wreekt zich daar een nog onvoldoende regie vanuit brancheorganisaties? Samenwerking in een branche blijkt in Nederland vaak succesfactor. Wie dat onderschrijft, bepleit dus dat bonden en beroepsbeoefenaren voor elkaar wegbereider zijn en waar mogelijk samen optrekken voor een aanpak per branche.

Gezondheid centraal
Het is een lastige opgave goede aangrijpingspunten te vinden. “De geïnterviewde werkgevers … zijn van mening dat het werk niet veiliger wordt van het bijhouden van individuele blootstellingsregistraties en [ze] stellen andere prioriteiten” (blz. 33). Zo dreigt een vicieuze cirkel. De consultants benoemen een en ander maal hoe de sector chemie wel redelijk de drie instrumenten cyclisch hanteert. De arbodeskundigen doen er goed aan ervaringen daar te bezien: op welke punten heeft blootstellingsregistratie in welke mate gezondheid van werknemers versterkt, wat zijn kosteneffectieve methoden? Waar is het dan in andere sectoren belangrijk de regelgeving voor individuele blootstellingsregistratie strikt te volgen? Bij welke risico’s is er voldoende informatie voor berékenen van blootstelling en of die binnen de grenswaarden blijft? Op welke items zijn steekproefonderzoeken wenselijk? Bij wat voor onderdelen is bij SZW of Inspectie meer eenvoud te bepleiten? Zo’n open minded opstelling, gefocust op gezondheid boven strikt naleven van regels, moet werkgevers interesseren. Zo krijgen tegelijk de arbocatalogi weer een impuls!

Ton van Oostrum

Rapport
https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-sociale-zaken-en-werkgelegenheid/documenten/rapporten/2018/02/02/wettelijk-kader-in-de-praktijk

FNV
https://www.fnv.nl/over-fnv/pers/persberichten/persarchief/2018/februari/Bedrijven-en-bedrijfsartsen-ontduiken-wet-bij-het-veilig-werken-met-kankerverwekkende-stoffen/