De inspectie SZW in 2020

De dienst groeit
Het Jaarplan 2020 van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid is uit. Staatssecretaris Van Ark publiceerde het, met als hoofdpunt: “De personele groei, mogelijk gemaakt door het regeerakkoord, verloopt volgens plan.” Rutte-III investeert structureel 50 miljoen meer in de Inspectie. Duidelijkheid over het bereik van de dienst lijkt nog een uitdaging.

In 2022 zal de capaciteit ongeveer 1.570 fte bedragen, een groei van 400 fte in vijf jaar. Ruwweg een derde betreft inspectie op gezond en veilig werk, een achtste gevaarlijke stoffen. In 2018 ging nog drie kwart van de ‘arbocapaciteit’ op aan reactief werk, d.i. onderzoek vanwege arbeidsongevallen en klachten. Van Ark verwacht medio 2020 jaar een 50/50 verhouding reactief / actief. Dat laatste staat voor onaangekondigd inspectiebezoek.

Wetenswaardig voor arboprofessionals
● Het aantal arbeidsongevallen was de laatste jaren gestegen, een reden voor het grote beslag op de Inspectie in reactief werk. De dienst start waar nodig onderzoek naar aanleiding van ernstige ongevallen en werkt aan een meer gedifferentieerde aanpak. Het Jaarplan 2020 bevat als nieuwe actie “..het - voor een specifieke groep werkgevers - inzetten van alternatieve interventies, zoals het zelf onderzoeken van een ongeval en het opstellen van een verbeterrapportage.”

● Onder het kopje ‘Versterkte inzet op arbozorg’ schrijft het Jaarplan: “In 2020 wordt verder geëxperimenteerd met het bij een groot aantal bedrijven schriftelijk opvragen van de RI&E, het plan van aanpak en het basiscontract. Op basis van een aselecte steekproef bij een groot aantal bedrijven wordt nagegaan of deze beschikken over een toereikende RI&E met plan van aanpak.”

● De rol van de professional bij toetsen van de RI&E krijgt aandacht: “Eind 2019 wordt een onderzoek afgerond, waarin is nagegaan hoe het certificaat kerndeskundige doorwerkt in de kwaliteit van de getoetste RI&E. Vervolgens wordt in 2020 nagegaan wat de meest effectieve interventie is om de resultaten van dit onderzoek bij te laten dragen aan een goede werking van het certificatiestelsel kerndeskundigen.”

 Beroepsziekten en arbeidshygiënische onderwerpen
● De dienst brengt in 2020, samen met anderen, een publicatie uit over de preventie van beroepsziekten. Aldus vraagt ze op verschillende manieren aandacht voor beroepsziekten, en helpt ze voor meer zicht op waar beroepsziekten ontstaan en hoe ze te voorkomen.

● Het Jaarplan schat dat ongeveer 87.000 werknemers worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen zonder voldoende beheersing van de kant van de werkgever. Voor asbest gaat het om 54.000 werknemers en voor overige gevaarlijke stoffen om 239.000 werknemers; deze groepen overlappen elkaar deels. Van de 17 programma’s van de Inspectie in 2020 zijn er twee met rechtstreeks belang voor arbeidshygiënisten: gevaarlijke stoffen, resp. asbest. Onder het eerste vallen ook de activiteiten inzake de 400 zogeheten BRZO-bedrijven, waarvan de dienst 90% zal inspecteren. Wat betreft asbest is het doel jaarlijks te inspecteren bij tenminste een derde van de gecertificeerde bedrijven (en dus werknemers). Bij gebrek aan cijfers is met dit Jaarplan niet nader duidelijk te krijgen wat het bereik van de Inspectie is bij werknemers die met andere gevaarlijke stoffen dan asbest.

Inspectiefrequentie
De kwestie van het bereik van de Inspectie komt vaker aan de orde. De dienst besteedt in dit Jaarplan veel aandacht aan meten van resultaat. Ze noemt als element de “inspectiedekking”, het percentage unieke werkgevers dat in een verslagjaar door interventies van de Inspectie wordt bereikt. Dat wordt alleen uitgewerkt wat betreft ‘Eerlijk werk’, de strijd tegen arbeidsuitbuiting. Realisatie daarvan in 2018 is 1%, raming 2023 is 2% van de werkgevers.

Het Jaarverslag 2018 meldt 8.232 inspecties en onderzoeken gezond en veilig werk, exclusief BRZO, minder dan de geraamde ruim 10.000. Ten opzichte van 350.000 bedrijven met personeel die het CBS noemt*, is deze inspectiedekking te berekenen op 2,35%. Het bereik onder werknemers is ongetwijfeld groter omdat de dienst verhoudingsgewijs meer grote arbeidsorganisaties inspecteert.

De vraag naar het bereik van de dienst dringt nu extra: twee dagen nadat staatssecretaris Van Ark het Jaarplan naar de Tweede Kamer stuurde, verscheen de 5-jaarlijkse enquêtering van werkgevers vanwege het Europees Agentschap Gezond en Veilig Werk. De door werkgevers in Nederland ervaren ‘inspectiedruk’ is de laagste van de EU. In 2014 was het de op een na laagste.

Werkgevers die zeggen bezoek van Inspectie te hebben gehad in de 3 jaar voorafgaand aan enquête, percentages:

enquête in              2014     2019
België                         68         50
Duitsland                    60         48
Nederland                 28         15
EU-28 gemiddeld       48         41

Balans
Als zo vaak bij internationale vergelijkingen geldt de opmerking dat internationaal vergelijken moeilijk is. Onder meer de economische activiteiten in landen en de taken van de overheid verschillen. Zo inspecteert de Nederlandse dienst niet routinematig op naleving van het minumumloon.

Is deze laagste positie toch opmerkelijk? Daar is geen eenduidig antwoord op mogelijk. Het heet dat minder inspectie nodig is in een land met een goed werkend stelsel van compensatie voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, maar daar is in Nederland geen vermoeden van. De werknemers in Nederland zijn - internationaal gezien - wel (zeer) tevreden over hun werk en arbeidsomstandigheden. De cultuur van samenwerking en de mondigheid van werknemers in ons land maken wellicht een hoge inspectiefrequentie minder nodig. Ook heet Nederland meer en makkelijker arbodeskundigen beschikbaar te hebben voor werkgevers en werknemers, door de koppeling van ‘preventie’ aan ‘verzuimbegeleiding’. Met zekerheid is hier niets over te zeggen.

Meer informatie wenselijk
Het zou de Inspectie sieren als ze zelf een poging doet deze ‘laagste positie in Europa’ te verklaren. Ook het bereik van de dienst wat betreft gevaarlijke stoffen anders dan asbest behoeft verheldering. Dan weet de staatssecretaris wat voor waar ze voor haar geld krijgt. En zijn professionals zoals arbeidshygiënisten iets geholpen voor richting geven aan hun werk. Inspecteren is immers sluitstuk op activiteiten van het veld zelf.

Illustratie:

Jaarplan

Brief Van Ark en Jaarplan 2020

* CBS, Arbeidsmarkt in cijfers, 2018.

Bron tabelletje: uit figuur 5, eerste publicatie van derde Europese enquête onder 45.000 werkgevers, november 2019

Ton van Oostrum, december 2019