Experiment met een Start-RI&E

En nog meer verrassingen uit de politiek
De behandeling van de begroting van SZW in de Tweede Kamer lijkt vaak een ritueel: omstandig en inhoudelijk weinig beduidend. Maar soms juist niet. Twee jaar geleden beslechtte de Kamer bij de plenaire begrotingsbespreking een lang slepende discussie: ondanks verzet van de toenmalige staatssecretaris Van Ark eiste de Kamer een tegemoetkoming voor getroffenen door het Organo Psycho Syndroom. Dat en opkomende problematiek met Chroom-6 kort nadien maakten dat nu een tegemoetkomingsregeling beroepsziekten door gevaarlijke stoffen in de maak is.

De begrotingsbespreking dit jaar schept ook verwachtingen. Op 24 november stemde de Kamer over moties bij de begroting en andere onderwerpen. Deze ruim 100 (!) stukken blijken diverse interessante parels te bevatten.

RI&E-experiment
Twee weken eerder was er een zitting van de kamercommissie voor SZW over gezond en veilig werken geweest. Kamerleden van PvdA, GL en SP wilden meer actie dan staatssecretaris Van 't Wout op het punt dat het kleinbedrijf vaak geen RI&E opstelt. De drie kregen op 24 november een meerderheid voor een motie. Ze zien een RI&E voor kleine bedrijven wel als lastig, maar werknemers moeten zeker kunnen zijn van een veilige werkplek. Daarom is het verzoek aan de regering “.. een experiment met kleine bedrijven te starten waarbij er deels met vooringevulde «Start-RI&E» gewerkt wordt en hierover met sociale partners in overleg te treden, ..”. Alle aanwezige Kamerleden steunden dit.

Kanttekening
Het steunpunt RI&E met sociale partners heeft volop model-RI&E-instrumenten, SZW heeft een invullijst voor werkgevers met minder dan 40 uur arbeid per week. Het novum nu is dat een dergelijke lijst deels vooraf ingevuld zou moeten worden. Het zal belangwekkend zijn of en hoe de staatssecretaris dit voorlegt aan sociale partners en of en hoe een experiment er uit ziet. Zo’n werkwijze kent Duitsland bijvoorbeeld door de Berufsgenossenschaft die aan kleine bedrijven een RI&E toestuurt op grond van brancheprofielen. De eerste indiener van de motie, PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk kwam in de commissiezitting niet aan uitleg toe. Misschien is het interessant voor arboprofessionals om eens contact met hem op te nemen…

Thuiswerk
Algemeen is de verwachting dat mensen met kantoorbanen na de coronapandemie ook vaker thuis zullen werken. De VVD kreeg kreeg 149 kamerleden mee voor een motie:

“● overwegende dat een gezonde thuiswerkplek een gedeelde verantwoordelijkheid is van werkgevers en werknemers en deze verantwoordelijkheden deels wettelijk zijn verankerd;

● verzoekt de regering, om samen met werkgevers en werknemers te inventariseren hoe de kansen van thuiswerken benut kunnen worden en de negatieve gevolgen beperkt, en hierbij specifiek in te gaan op de vraag welke modernisering in wet- en regelgeving nodig is om gezond en veilig thuiswerken mogelijk te maken, ..”.

Inmiddels is er van D66 en GroenLinks een wetsvoorstel in internetconsultatie. Oogmerk is dat een werknemer een verzoek om thuiswerk kan doen, zoals dat nu mogelijk is voor deeltijd en werktijden: een werkgever kan zo’n verzoek alleen afwijzen bij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

Kanttekening
Het grotere volume thuiswerk zal een opgave zijn voor de arboprofessionals.

Arboregelgeving rond thuiswerk is er sinds 1994. Toen waren er zorgen over opkomend repetitieve arbeid zoals datatypen. Per 2008 zijn regels iets versoepeld, in de context van het “Nieuwe werken” dat mede dient voor terugdringen van files. Wat betreft kantoorwerk in een woning, het meest voorkomende thuiswerk, geldt een forse nuance op de gangbare primaire verantwoordelijkheid van de werkgever. Deze verzorgt computer, werktafel en -stoel “tenzij de werknemer daar reeds uit eigen hoofde over beschikt” (Arbobesluit artikel 1.47, tweede lid). Tegen deze achtergrond is de VVD-motie te lezen als tegengaan van de vakbeweging met haar streven naar vergoedingen en voorzieningen. Die is wat minder geporteerd van ‘gedeelde verantwoordelijkheid en modernisering in regels’.

Minimumloon
De koopkracht van de minima is vast onderwerp in begrotingsbehandelingen. Soms leidt dat tot kleine reparaties. Moties voor verhoging van het minimumloon haalden het nooit. Er woog immers ook altijd een opvatting dat het wettelijk minimumloon een rem is voor werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt, vanwege ‘onnodig hoge kosten voor laagwaardige arbeid’. Deze keer echter werd een motie van PvdA, GL en SP vrijwel kamerbreed aangenomen; alleen SGP stemde tegen. De kernzinnen van de motie: “De Kamer, ..

● constaterende dat de stijgende welvaart onvoldoende terecht is gekomen in de portemonnee van werkende mensen;

● constaterende dat het minimumloon op dit moment niet voldoende is om van rond te komen;

● spreekt uit dat het minimumloon moet worden verhoogd, ..”.

Kanttekening
Het minimumloon is wellicht minder interessant voor arboprofessionals. Het is toch belangrijk deze stemming onder politici te signaleren: als een afscheid van neoliberale uitgangspunten. Daarbij zij opgemerkt dat de private arbodienstverlening voortkomt uit het neoliberale privatiseringsstreven dat hoogst gangbaar was een kwart eeuw geleden …

Asbest
Op voorzet van VVD-Kamerlid Smals werden twee moties aangenomen. Beide stellen “.. dat het asbestveld sterk gepolariseerd is”. De eerste motie gaat over de vele arbeidshygiënische data per asbestsanering, waarbij partijen onnodige kosten maken door dezelfde validaties uit te voeren. De motie vraagt de regering TNO te laten nagaan hoe met geaggregeerde analyse gegevens openbaar toegankelijk kunnen worden. Alleen PvdA en SP stemden hiertegen. De tweede motie verzoekt de regering “.. als overheid de publieke sturing en handhaving op het asbestdossier te versterken, en de Kamer te informeren over de stand van zaken in het eerste kwartaal van 2021,..”. Geen enkel kamerlid stemde tegen.

Kanttekening
Beide moties bouwen voort op het rapport “Gevangen door belangen” van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Dat is opgesteld op verzoek van de koepel van woningcorporaties, Aedes. Ook de Vereniging Eigen Huis geeft aandacht aan deze publicatie van mei 2020. Het asbeststelsel zou de laatste jaren vergroeid zijn tot een machtsspel van gevestigde belangen. De liberale indiener van de motie kiest daar nu duidelijk tegen. Toenmalig VVD-staatssecretaris Tamara Van Ark en haar opvolger Bas van 't Wout maakten kennelijk onvoldoende voortgang.

Kanttekening als afsluiting
Een motie houdt geen formele verplichting voor de regering in. Afhankelijk van aard en partijen die ervoor stemmen drukt een motie wel een belangrijke politieke wens uit. Het is betekenisvol dat alle bovengenoemde moties (vrijwel) unaniem zijn aangenomen. Daarmee verdienen ze de betiteling ‘parels’. Nu maar afwachten of het kabinet zich als ‘de zwijnen’ zal kwalificeren…

De PvdA-, GL- en SP-motie “Start-RI&E”: Kamerstuk 25 883 Nr. 396
Concept verslag kamercommissie 11-11-20 over Start-RI&E:
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2020D46385&did=2020D46385
De VVD-motie thuiswerk: Kamerstuk 35 570-XV Nr. 35
Internetconsultatie thuiswerk: https://www.internetconsultatie.nl/werkplekkeuze
De PvdA-, GL- en SP-motie over hoger minimumloon: Kamerstuk 35 570-XV Nr. 36
De VVD-moties over asbest: Kamerstuk 25 883 Nr. 398 en idem Nr. 399