Inspectie SZW verandert van karakter

Relatief minder aandacht voor ‘arbo’

Ooit was de Arbeidsinspectie de controleur op arbeidstijden en -omstandigheden. De samenleving verandert, de dienst kreeg meer taken, de capaciteit groeide niet mee. Voortdurend geuite zorgen in de Tweede Kamer leidden tot een rapport najaar 2016 van een topconsultant. ‘Er is geen politiek vastgestelde norm voor wat adequate inspectiecapaciteit is. De Inspectie moet werken aan meer maatschappelijk effect.’ Wat is dat? Dat is nu duidelijk. Lees meer ….

Uitbreiding bijna een derde

Staatssecretaris Van Ark bracht 13 december het Jaarplan Inspectie SZW voor het komend jaar uit. Drie maanden later dan gebruikelijk. Met het Regeerakkoord is er uiteindelijk 50 miljoen meer beschikbaar voor de dienst. Die heeft nu ruim 1100 formatieplaatsen, de verdeling van de ongeveer 400 nieuwe formatieplaatsen is een netelige kwestie.

Van Ark beschrijft in haar brief aan de Tweede Kamer de hoofdlijnen. Driekwart van de extra capaciteit zal naar ‘eerlijk werk’ gaan, dus bestrijding van oneerlijk werk, illegaliteit, onderbetaling en uitbuiting. Een tiende naar aantrekken van ICT-ers voor slim electronisch opsporen. Zo’n vijf procent is voor de BRZO-inspectie. En die andere kabinetsprioriteit, duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken vanwege de hogere pensioenleeftijd? ‘Gezond en veilig werk’ krijgt zo’n 10 procent extra.

Welke balans?

De mensen bij de dienst hechten aan preventie. Dat vraagt volgens hen in meerderheid ‘actieve’ inspecties: onaangekondigde bezoeken aan een steekproef arbeidsorganisaties waar tekortkomingen te vermoeden zijn. Sinds medio 2016 gaat echter meer dan de helft van de capaciteit noodgedwongen naar ‘reactief’ werk, onderzoek na arbeidsongevallen en klachten. In 2017 en 2018 betreft dat zo’n 70% van de inzet. In 2020 moet de verhouding 50 - 50 zijn als gevolg van de uitbreiding. In het jaarplan blijft onduidelijk of de vroegere nog grotere inzet op actieve c.q. preventieve inspectie terugkomt. De tekst spreekt van het belang van een balans, zonder die te specificeren.

Wel duidelijk is: de dienst verandert van karakter. In 2016 ging 53% van de capaciteit naar arbo- en BRZO-issues, voor 2023 wordt dat geraamd op 45%. Onderwerpen ‘eerlijk werk’ en ‘werk en inkomen’ worden de net iets grotere hoofdmoot: het nu politiek gewenste maatschappelijk effect.