Inspecties bewezen effectief

Volgens bedrijfsjuristen in de VS zijn hun cliënten meer bezorgd over negatieve publiciteit dan over een boete van de Arbeidsinspectie. Een directeur van de Federale Arbeidsinspectie hoorde dat van hen in reactie op beleid van zijn dienst. Die startte er in 2009 mee persberichten uit te brengen over zaken met hoge boetes. Die praktijk werd onderzocht door Matthew Johnson, docent aan de Sanford School of Public Policy aan de Duke University in Durham, North Carolina. Veel van zijn onderzoek betreft effecten van ‘arbovoorschriften’ op bedrijven en werknemers alsmede factoren die naleving beïnvloeden.

Een nieuwsbericht van zijn universiteit schetst achtergrond en resultaten. In de VS kost letsel op de werkplek naar schatting $ 250 miljard per jaar. Media of belangengroepen zetten bedrijven onder druk door (dreiging van) publiciteit, volgens Johnson met bewezen effect. De federale Arbeidsinspectie, rechtsbevoegd in 28 staten, vertrouwt traditioneel op inspecties. Die zijn ook evidence based effectief, maar eveneens bewerkelijk en kostbaar.

Management Informatie Systeem
Oorspronkelijk hadden de lokale vestigingen van de dienst hun eigen publiciteitsbeleid, in 2009 werd dat flink geüniformeerd. Na een aanloopperiode werd het gangbaar een persbericht uit te doen wanneer een werkgever voor $ 40.000 of meer werd beboet. In enkele staten was die grens $ 45.000 (verschillen hadden geen duidelijke reden). De dienst maakte dit beleid niet publiek. De Inspectie stuurde de persberichten naar lokale media en vakbladen. Johnson kon werken met het archief van persberichten sinds 2002.

Verder had hij toegang tot data van het Integrated Management Information System (IMIS), een database met gedetailleerde informatie over elke arboinspectie, merendeels in bouw en industrie. Hij bekeek zaken met een boete opgelegd tussen begin 2002 en november 2012 over een periode van 36 maanden na opleggen van de boete. Hij koppelde het archief van persberichten aan het IMIS, en ontdekte een opvallend groot effect:

  • een persbericht leidde tot 73 procent minder arbo-overtredingen bij vergelijkbare werklocaties binnen een straal van 5 kilometer
  • een persbericht had een kleiner effect op de naleving bij werklocaties verder weg, maar effecten bleven merkbaar tot op 50 kilometer
  • persberichten leidden er ook toe dat minder werknemers tijdens het werk gewond raakten en stierven.

Een persbericht = 210 inspecties
Er bleek ook andere opbrengst van de publiciteit. Een fabrikant van aroma’s bijvoorbeeld was onderwerp van een persbericht over onveiligheid; een week nadien beëindigde Starbucks de relatie met die fabrikant. “Het is aannemelijk dat andere smaakstoffenfabrikanten - gezien de kosten van onderwerp zijn van een persbericht - proberen zulk onheil te vermijden,” zegt Johnson in het nieuwsbericht. Als hard feit van zijn onderzoek laat hij noteren: “De Inspectie zou nog eens 210 inspecties moeten uitvoeren om dezelfde verbetering van de naleving te bewerkstelligen die werd veroorzaakt door een enkel persbericht over ernstige overtredingen”.

Methodologische uitdaging
Zijn dit soort uitspraken ‘hard’? Naslaan van Johnsons publicatie in de American Economic Review geeft een gedegen indruk van zijn werk. Het artikel telt 37 pagina’s, waarvan zeker de helft over de diverse methodologische puzzels.

Een vraag is bijvoorbeeld of de persberichten ‘geland’ zijn. De onderzoeker weet aan te tonen dat per 2009 het aantal persberichten van de Inspectie toenam met navenant meer vervolgartikelen in de vakpers en vooral de lokale pers. Hij kan daarbij verschillen laten zien tussen staten waar een persbericht bij een boetebedrag ≥ $ 40.000 al vóór 2009 gebruikelijk was resp. staten waar dit toen ingevoerd werd. Johnson is eveneens zorgvuldig wat betreft bouwlocaties die over tijd en plaats gespreid verantwoordelijkheid kunnen zijn van éénzelfde of meerdere werkgevers; hij duidt de werklocaties mede met de omvang van het terrein. Hij betrekt in zijn analyses zowel de ‘actieve’ inspecties (in de VS ‘geprogrammeerde’ genoemd, twee derde van het totaal) als de ‘reactieve’ naar aanleiding van een ongeval of klacht. De cijfers en de rekensom die leiden tot gelijkstellen van een persbericht aan 210 inspecties, ze komen valide over.

Intermediërende variabele
De onderzoeker duidt overigens ook een belangrijke ‘meewerkende’ factor: de kracht van de vakbeweging. Hij operationaliseert dat met lidmaatschappen in een regio resp. het gegeven of een bondsvertegenwoordiger in het verleden meeliep bij inspectiebezoeken. Zulke bondsaanwezigheid gaat samen met grotere naleving.

Johnson tackelt een verwante vraag. Kunnen persberichten van de Inspectie via effect bij vakbondsleden in een regio invloed hebben op opinies van consumenten over de werkgever? Hij weet dat met gegevens over de publieke opinie onwaarschijnlijk te noemen.

Het bekijken waard
Johnson had kennelijk vijf jaar nodig voor be- en verwerking van alle data. Fors probleem bij dit type onderzoek is het tijdsverloop. Er kan wel vier of vijf jaar liggen tussen een eerste inspectiebezoek en de laatste waarneming in de omgeving. Talloze andere variabelen kunnen impact hebben. Johnson heeft velerlei problematiek van methode en methodologie geloofwaardig kunnen oplossen. Zijn publicatie verdient aandacht in de Nederlandse discussie over “Naming and shaming”. Toepassing zou Nederlandse arbodeskundigen verlossen van hoofdpijn en dilemma’s vanwege sommige opdrachtgevers. Anderzijds zijn er zeer gegronde bezwaren tegen zulke openbaarheid.

Uitdaging arbodeskundigen
Johnson schrijft niet over deskundige ondersteuning van werkgevers door arboexperts, het lijkt in de VS niet zo’n factor als de vakbeweging is. Effect van deskundige inzet is aannemelijk in Nederland. Indien ons land openbaar maken van boetes zou afwijzen, is een tussenweg misschien het informeren van de betrokken arbodienstverlener. De politiek bekijkt of werkgevers te verplichten zijn tot opstellen van een verbeterplan na een niet hoogst ernstig arbeidsongeval. De arbodeskundigen zijn daarbij te betrekken. Ongetwijfeld geeft hen dat soms hoofdpijn en dilemma’s. Maar het geeft altijd een uitdaging!

Het artikel, "Regulation by Shaming: Deterrence Effects of Publicising Violations of Workplace Safety and Health Laws", werd gepubliceerd in het juninummer van American Economic Review 2020, 110(6): 1866–1904, DOI: 10.1257 / aer.20180501.