Koolmees ambitieus: meer en betere RI&E's

De doorwerking vraagt ook aandacht

Ton van Oostrum

Geen RI&E, of geen adequate RI&E: ruim een kwart eeuw na introductie van de wettelijke verplichting komt het nog steeds voor. Het is overigens vooral een kwestie in het midden- en vooral (allerkleinst) kleinbedrijf. Ruim 80% van alle werknemers in Nederland werkt in een organisatie waar wel een RI&E is. SZW startte ter verbetering een meerjarenprogramma RI&E 2020-2023. Minister Koolmees publiceerde een kleurig en geïllustreerd voortgangsdocument over de stand van uitvoering begin 2021. Betrokkenheid van de mensen om wie het gaat, doorwerking van de RI&E op de werkvloer, dat lijken blinde vlekken.

Programmalijnen SZW
In een brief aan de Tweede Kamer zet de minister z’n verdere voornemens neer, op drie programmalijnen. Enkele hoofdpunten hieruit zijn de volgende.

(1) Meer bekendheid van de RI&E-plicht
De communicatiecampagne daartoe gaat door. Dit in samenwerking met partijen die belangrijk zijn voor het kleinbedrijf zoals financiële dienstverleners. Effectmeting helpt de campagne aan te scherpen.

(2) Toepassing van de verplichting
Dit wil de bewindspersoon bevorderen langs drie wegen.

(2a) informatievoorziening
zoals een flyer met het Verbond van Verzekeraars en verbetering van websites.

(2b) RI&E-instrumenten
Wat deze betreft is er een nieuw online instrument beschikbaar, voor werkgevers tot en met 25 medewerkers in branches waar niet zo’n door sociale partners ‘erkend’ instrument is om een RI&E te maken. Het begeleidt werkgevers, schrijft Koolmees, “.. onder meer door de belangrijkste risico’s in een vooringevulde start RI&E aan te bieden. Het is aan de werkgever om de risico’s aan te vullen en vervolgens maatregelen op te stellen, passend bij de specifieke omstandigheden van het bedrijf. Het instrument biedt de mogelijkheid het resultaat te delen met werknemers en een arbodeskundige(n) voor de toetsing van de RI&E.” Koolmees werkt ook aan een project “.. voor specifieke ondersteuning voor werkgevers bij het uitvoeren van bijzondere RI&E-verplichtingen op het gebied van gevaarlijke stoffen, zoals toegezegd in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Heerts.” [Dat rapport betreft de komende tegemoetkoming voor beroepsziekten door gevaarlijke stoffen.]

(2c) Advisering & toetsing
Hier verwijst de bewindspersoon naar het lopende traject voor een nieuwe opzet van de certificatie-eisen van de drie arbokerndeskundigen anders dan de bedrijfsarts. Hij ziet de vraag opkomen wat diens rol bij toetsing moet zijn, en: “In 2021 start ik een traject om samen met stakeholders te bezien welke interventies nodig zijn voor verduidelijking van de kaders van de toetsing van de RI&E. .. Ook wordt bezien of er meer nodig is om er voor te zorgen dat de arbeidshygiënist vaker wordt betrokken bij de toetsing.” Koolmees streeft naar afronding van dit traject vóór eind 2021.

(3) Toezicht en handhaving
Koolmees benoemt in deze programmalijn onder meer het project administratieve handhaving op de RI&E. Daarin was werkgevers gevraagd het RI&E-document op te sturen. Dat gaf een groter bereik én efficiënter inspecteren. De Inspectie zal ermee doorgaan, met toevoeging van een (telefonisch) contactmoment tussen de inspecteur en het bedrijf. De minister schrijft: “Op die manier kunnen in potentie alle bedrijven in Nederland gecontroleerd worden.” Voor grootschaliger toepassing verkent hij scenario’s wat betreft draagvlak, juridische haalbaarheid, uitvoeringsconsequenties en administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Eind dit jaar wil hij verdere besluitvorming.

Hardnekkige problematiek
Minister Koolmees toont zich ambitieus. Z’n voorgangers op dit dossier, laatstelijk toenmalig staatssecretaris Van Ark, ontweken een antwoord op de vraag uit de Tweede Kamer of 100% naleving van de RI&E-plicht haalbaar zou zijn. Dat waarschijnlijk mede omdat de problematiek vrij hardnekkig is. TNO heeft op haar website de publicaties Arbobalans. Blijkens de oudste daarvan had in 2004 49,5% van de werkgevers geen RI&E. De nieuwste publicatie noemt 48% in 2019, vooral vanwege achterblijven van het kleinbedrijf. Koolmees zet een stevige aspiratie neer met z’n hinten op mogelijk 100% handhaving.

Over werkgevers, ook mét hen?
“Managers ervaren de RI&E nog vaak als een betaalde belediging: een grote opsomming van alleen maar zaken die niet goed zouden zijn, inclusief allerlei zaken die in de ogen van de manager geen knelpunt zijn.” Dit staat in een document uit 2012, het meest recente kennisdossier RI&E van de gezamenlijke beroepsverenigingen van arbokerndeskundigen. Koolmees’ brief aan de Tweede Kamer maakt niet een keer gewag van overleg, afstemming of samenwerking met werkgevers- of werknemersorganisaties. Hoogstens doet hij dat indirect, door te verwijzen naar acties van het Steunpunt RI&E waarin sociale partners participeren. Bovengenoemd voortgangsdocument over het meerjarenprogramma RI&E 2020-2023 spreekt alleen in algemene zin van samenwerking of overleg met sociale partners. Dat maakt bezorgd. Gaan werkgevers en werknemers de RI&E ervaren als hún document? Arboprofessionals weten dat kwaliteit van dienstverlening afhangt van samenwerking tussen dienstverlener en klant.

Doorwerking van de RI&E
“Het komt (te vaak) voor dat er nauwelijks impact is van de uitvoering van de RI&E op de organisatie: de zogenaamde ‘papieren tijgers’ of bureaulade-exemplaren.” Ook dit is een citaat uit het document van 2012. Het vervolgt: “De RI&E en met name het plan van aanpak tot ‘levend document’ maken is de kunst.” De auteurs verwijzen naar onder meer een goede praktijken competitie in 2008 (!). Daarin gaat het vaak om betrokkenheid van de medewerkers. Een voorbeeld: een deskundige stelt vragen op, die “.. worden per afdeling door de medewerkers in een bijeenkomst ingevuld, zodat duidelijk is wat de knelpunten zijn die in de RI&E thuis horen.” Dat is de basis voor te treffen maatregelen en bewaking van de voortgang van de acties.

‘Van vinkjes naar vonkjes’
Veiligheidskundige en arbeidshygiënist Wim van Alphen ziet bij RI&E's, audits en dergelijke steeds meer het gebruik van controle/afvinklijsten. Hij hekelt de verleiding het eigen verstand uit te zetten. Voorgeprogrammeerde lijsten zijn erg algemeen, branche-RI&E instrumenten en arbocatalogi bieden vaak geen maatwerk. “Moeten we niet van het zetten van vinkjes overstappen naar overbrengen van vonkjes? Meer de bedrijven en de leidinggevenden stimuleren in plaats van hen te controleren door met vinkjes checklijstjes in te vullen.”
Koolmees wijdt geen woord aan zulke betrokkenheid. Hij focust op naleving en op volledigheid van RI&E's. Dat bevordert dat de RI&E-documenten er zijn en een toets door de Inspectie doorstaan. Het vermijden van nieuwe papieren tijgers, dat blijft de kunst voor de arboprofessionals. 

Brief minister Koolmees aan Kamer
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/30/tk-brief-voortgang-meerjarenprogramma-rie

Voortgangsdocument minister Koolmees
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/29/voortgangsrapportage-meerjarenprogramma-rie-2020-2023-risico-inventarisatie-en-evaluatie

Wim van Alphen, column op riemaken.nl
http://www.arbokennisnet.nl/images/dynamic/Dossiers/Arbobeleid/D_RIE.pdf