Nieuwe staatssecretaris

Straalgrit rode draad in Kamercommissie

Tamara van Ark (VVD) was 23 november jl. prominent aanwezig in de week van de Ondernemer: een toespraak, interviews. Ze sprak niet over ‘gezond en veilig werk’, onderdeel van haar portefeuille. Wel zei ze herhaaldelijk vooral veel met ondernemers ín hun bedrijf te willen praten.

In de Tweede Kamer trad ze voor het eerst op in de Kamercommissie SZW op 29 november. Haar openingszinnen: “Werk mag op korte of lange termijn niet leiden tot gezondheidsschade. Dat zou niet goed zijn voor de werknemers, maar ook niet voor de productiviteit en continuïteit van bedrijven en daarmee de BV Nederland. De verantwoordelijkheid om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden ligt primair bij werkgevers, maar ook werknemers, opdrachtgevers, producenten en fabrikanten hebben hierin een verantwoordelijkheid. De overheid schept de kaders.” Daarmee valt op dat ze geen ‘arbowoorden’ bezigde, geen arbodienst, arbeidshygiënist of arboprofessional.

De rode draad in de commissiezitting was juist wel heel ‘arbo’: de kwestie van Eurogrit-straalgrit. Kamerleden van links tot rechts vinden de ophef terecht. ‘Veel mensen in bedrijven maken zich grote zorgen. Wat zijn precies de gevolgen van het werken hiermee en is er mogelijk besmetting door asbest ontstaan?’ Kamerbreed wil men dat werknemers spoedig worden geïnformeerd. De staatssecretaris informeerde omstandig over TNO-onderzoek terzake. Een eerste fase is afgerond, in de tweede wordt gekeken naar de blootstelling van werknemers bij verschillende activiteiten. De volledige rapportage zegde ze toe in maart 2018.

SP en PvdA hadden het commissiedebat met kracht geopend. Met negeren van de 19 agendapunten kwamen ze met ‘tien voorstellen voor gezond en veilig werk’. Twee hebben enige relevantie voor de arbeidshygiënisten:

Registreer blootstelling gevaarlijke stoffen in medisch dossier van de werknemer.
De staatssecretaris informeerde daarop over de staande werkgeversplicht tot registratie van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, over het voornemen van vergroten van kennis bij werkgevers, “waaronder good practices om met elkaar te delen wat er goed gaat.” Minister Asscher had dat al aangekondigd in vervolg op ‘DuPont’. Van Ark noemde het gewenste registreren onnodige medicalisering.
Publieke regionale diensten voor bedrijfsgezondheid, bedrijfsarts niet door werkgever betaald. Dat idee is niet nieuw. Degenen die het voorstellen verhelderen nooit de gedachte betaling voor de arbeidshygiënist en andere arboprofessionals. De staatssecretaris maakte hier weinig woorden aan vuil: ‘Net als mijn voorganger heb ik vertrouwen in de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts.’