Werk moet beter, flexwerk maakt onzeker

Niet alleen ‘Rapport Borstlap’ roept op tot vernieuwing van arbeidsmarkt
“In wat voor land willen wij werken?” Dat was de uitdagende titel van het eindrapport van de Commissie Regulering van Werk. Onder voorzitterschap van oud-topambtenaar Hans Borstlap bracht deze CRW 23 januari voorstellen. Daarnaast verschenen nog twee rapporten over de toekomst van de arbeidsmarkt in ons land. Een overzicht in vogelvlucht met focus op arborelevantie.

Sociale kwestie
Borstlap ziet op de Nederlandse arbeidsmarkt een nieuwe sociale kwestie als die van begin 20e eeuw. Het arbeidsrecht kreeg toen gestalte, maar laat nu zeer onwenselijke uitwassen in flexwerk toe: een wirwar van (bijna 20!) verschillende contracten. De arbeidsmarkt van de toekomst is voor de commissie een weg met uitsluitend drie rijbanen. Mensen moeten makkelijk kunnen wisselen tussen:

● de arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd tussen werkgever en werknemer

● uitzendwerk, via een beroepsmatig uitzender, met een maximumtermijn bij éénzelfde inlener

● het zzp-schap, met geen of nauwelijks fiscale bevoordeling ten opzichte van werknemers.

De werkgevers- en werknemersorganisaties hadden van het kabinet geen plek in deze commissie gekregen. Ze waren dus vrij om te schieten, dat gebeurde volop. Werkgevers vonden dat ten onrechte alle flexwerk over een kam werd geschoren. Bonden zijn mordicus tegen eenvoudiger ontslag. Minister Koolmees zei de regie te willen nemen over de verdere discussie, te beginnen met een kabinetsstandpunt uiterlijk op 1 april.

De Arbowet opnieuw tegen het licht houden?
Voor de arboprofessionals relevant is de gedachte van de CRW om loondoorbetaling bij ziekte terug te brengen van twee naar een jaar. De prikkel voor werkgevers voor re-integratie en preventie wordt daardoor minder. In de bedrijfsgezondheidszorg is er de ervaring dat kanker- en PTSS-patiënten vrijwel alleen kunnen re-integreren in eigen werk, meestal in het tweede jaar.

Een week eerder bracht de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) het rapport “Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht”. Een wetenschappelijke onderbouwing voor het pleidooi om meer te doen aan zekerheid en andere aspecten van kwaliteit van werk, zoals de vele burn-outklachten. Het Nederlands arbeidsmarktbeleid focust traditioneel sterk op kwantiteit, werkgelegenheid. De Raad wil meer aandacht voor kwaliteit van werk. Hij suggereert, gezien de veranderingen in de aard van het werk, de Arbowet opnieuw tegen het licht te houden.

Werkgerelateerd
De WRR motiveert haar pleidooi voor beter werk met de stelling dat bijna de helft van het verzuim in Nederland werkgerelateerd is. Dit op basis van enquêtering van werknemers in de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Daar past enig commentaar bij. Het RIVM berekent dat arbeidsomstandigheden in Nederland verantwoordelijk zijn voor 5% van alle ziektelast. Dit op basis van dezelfde enquête plus ‘objectieve’ bronnen als ziekteregistraties. Opgemerkt zij wel dat ziektelast en verzuim verschillende begrippen zijn. Bedrijfsartsen spreken gewoonlijk over 30% werkgerelateerd verzuim. Conclusie is dus dat een hard getal ontbreekt. Ter vergelijking: wat betreft beroepsziekten varieert de incidentie van 0,2% volgens bedrijfsartsen tot 11% volgens een werknemersenquête.

Het is jammer dat de WRR niet duidelijker is over de aard van haar bron. Tegelijk doet dat er niets aan af dat het goed is werknemersbeleving als belangrijke factor te zien voor beleid. De arboprofessionals staan er dagelijks voor om, rekening houdend met werknemersbeleving, realistisch te adviseren over risico’s en maatregelen.

Onzeker en ongezond gaan samen
Op 6 februari brachten TNO en CBS de vijfde editie van het tweejaarlijkse rapport “Dynamiek op de Nederlandse Arbeidsmarkt”. Deze uitgave, over het thema onzekerheid, graaft dieper dan de WRR en onderstreept het beeld zoals Borstlap verwoordde.

De baan- en werkzekerheid nam toe de laatste jaren. Maar veel werkenden voelen zich onzeker over hun werk en inkomen. Dit geldt met name zzp’ers en andere flexwerkers. Die onzekerheid hangt vaak samen met een slechte gezondheid, zo laten de onderzoekers zien. Mensen die een slechte gezondheid hebben stromen vaker uit naar werkloosheid of inactiviteit, ze hebben een kleinere kans aan het werk te gaan. Sommige media publiceerden over dit rapport met koppen als “Flexwerk niet ongezonder”. Dat is ronduit onzorgvuldig weergegeven.

Meer gelijkheid gaat sleutelbegrip worden
Niels-Ingvar Boer van het ministerie van SZW nam op die 6e februari het rapport in ontvangst. Deze nieuwe Chief Science Officer vatte samen: ‘zekerheden zijn steeds meer ongelijk verdeeld over werkenden, ten nadele van de onderkant’. Zo verwoordde hij de voor de komende jaren waarschijnlijk dominante politiek-maatschappelijke toon. De WRR was eerder ook al duidelijk: het rapport was bedoeld als input voor verkiezingsprogramma’s.

Preventie voor meer mensen?
De vraag is of en hoe de politiek doorpakt. De groep ‘gewone werknemers’ wordt dan groter. Impact voor arboprofessionals is er ook door de logische consequentie van een verzekering arbeidsongeschiktheid voor zzp’ers: een volwaardig arboregime voor ruim een miljoen werkenden meer.

Het rapport